Skeletscintigrafie (botscan)

Skeletscintigrafie (botscan)

Wat is een skeletscintigrafie en hoe werkt het?

Een skeletscintigrafie, ook wel botscan genoemd, is een beeldvormende techniek die wordt gebruikt om afwijkingen in het skelet op te sporen. Bij een skeletscintigrafie wordt een kleine hoeveelheid radioactieve stof in het bloed geïnjecteerd. Deze stof hecht zich aan de botten en zendt straling uit. Een speciale camera detecteert deze straling en maakt zo beelden van het skelet.

Een skeletscintigrafie kan worden gebruikt om verschillende aandoeningen op te sporen, zoals botkanker, botontstekingen, botbreuken en metastasen. Het kan ook worden gebruikt om de effectiviteit van een behandeling te evalueren.

Wanneer wordt een skeletscintigrafie uitgevoerd?

Een skeletscintigrafie wordt meestal uitgevoerd wanneer andere beeldvormende technieken, zoals röntgenfoto’s of MRI-scans, niet voldoende informatie opleveren. Het kan ook worden gebruikt om de uitgebreidheid van een aandoening te bepalen, zoals bijvoorbeeld bij botkanker.

Een skeletscintigrafie kan ook worden gebruikt om de effectiviteit van een behandeling te evalueren. Bijvoorbeeld bij patiënten met botmetastasen kan een skeletscintigrafie worden gebruikt om te bepalen of de behandeling aanslaat.

Wat zijn de voordelen van een skeletscintigrafie ten opzichte van andere beeldvormende technieken?

Een skeletscintigrafie heeft verschillende voordelen ten opzichte van andere beeldvormende technieken. Zo kan het bijvoorbeeld afwijkingen opsporen die niet zichtbaar zijn op röntgenfoto’s. Ook kan het de uitgebreidheid van een aandoening beter in kaart brengen dan een MRI-scan.

Een ander voordeel van een skeletscintigrafie is dat het minder belastend is voor de patiënt dan andere beeldvormende technieken. Er wordt namelijk geen gebruik gemaakt van schadelijke straling, zoals bij een CT-scan of röntgenfoto.

Wat zijn de mogelijke bijwerkingen van een skeletscintigrafie?

Een skeletscintigrafie is over het algemeen een veilige procedure en er zijn weinig bijwerkingen. De radioactieve stof die wordt gebruikt, wordt snel uit het lichaam uitgescheiden en heeft geen langdurige effecten.

Sommige patiënten kunnen echter allergische reacties ervaren op de radioactieve stof. Dit kan leiden tot symptomen zoals huiduitslag, jeuk en ademhalingsproblemen. In zeldzame gevallen kan een skeletscintigrafie ook leiden tot stralingsziekte, maar dit komt zeer zelden voor.

Hoe wordt een skeletscintigrafie geïnterpreteerd en wat zijn de mogelijke resultaten?

Een skeletscintigrafie wordt geïnterpreteerd door een radioloog of nucleair geneeskundige. Zij bekijken de beelden en beoordelen of er afwijkingen te zien zijn. De resultaten van een skeletscintigrafie kunnen variëren, afhankelijk van de aandoening die wordt onderzocht.

Bij botkanker kan een skeletscintigrafie bijvoorbeeld uitwijzen of de kanker is uitgezaaid naar andere delen van het lichaam. Bij botontstekingen kan een skeletscintigrafie de locatie van de ontsteking aangeven.

In sommige gevallen kan een skeletscintigrafie ook vals-positieve of vals-negatieve resultaten opleveren. Dit betekent dat er afwijkingen worden gezien terwijl er geen sprake is van een aandoening, of dat er geen afwijkingen worden gezien terwijl er wel sprake is van een aandoening. Het is daarom belangrijk om de resultaten van een skeletscintigrafie altijd te bespreken met een specialist.

QR Code

Selecteer hieronder uw taal:

nl_NLDutch